Inleiding

De laatste tijd is het vaak in het nieuws: de zzp-‘ers in de zorg. De staatssecretaris wil dit fenomeen aanpakken. Eenvoudig gezegd is hij namelijk van mening dat zij verkapt in dienstbetrekking zijn. Hij vindt dat ze niet zelfstandig genoeg opereren en bovendien niet of nauwelijks ondernemersrisico lopen.

Recentelijk heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak over dit onderwerp gedaan.

De situatie

Een gediplomeerd verpleegkundige is sinds 2002 werkzaam in de thuiszorg via zorgbemiddelingsbureaus bij verschillende zorgvragers. Zij staat als ondernemer ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

VAR WUO

Voor het jaar in kwestie, 2008, heeft zij geen verklaring arbeidsrelatie winst uit onderneming (afgekort: VAR WUO) aangevraagd. Een VAR WUO is een verklaring waarin de belastingdienst je inkomsten (vooralsnog) als winst uit onderneming ziet. Je opdrachtgever hoeft daardoor geen loonheffingen in te houden.

De daaropvolgende jaren heeft zij wel daarom verzocht en heeft de belastingdienst VAR WUO’s aan haar verstrekt.

Bemiddelingsovereenkomst

Zij verricht via vijf zorgbemiddelingsbureaus thuiszorg aan elf personen (zorgvragers). Met al deze vijf zorgbemiddelingsbureaus heeft zij overeenkomsten gesloten. Samengevat hielden deze overeenkomsten in dat de bureaus bemiddelen tussen haar als zelfstandige zorgverlener en de zorgvragers.

Zij verleende zowel zorg in natura als bedoeld in de AWBZ, zorg op basis van PGB en zorg aan particulieren (niet via AWBZ of PGB).

Controle belastingdienst

De belastingdienst voerde bij één van deze zorgbemiddelingsbureaus een onderzoek uit.  Naar aanleiding van dit onderzoek kwam de fiscus tot de conclusie, dat de verpleegkundige geen zelfstandig ondernemer is, maar een werknemer. De belastingdienst kwam daartoe, omdat hij vond dat de vereiste zelfstandigheid ontbreekt en dat zij geen ondernemersrisico loopt. Met name omdat de zorgverlening in natura niet rechtstreeks aan de zorgvrager verleend mag worden.

Rechter

Dit betwist de verpleegkundige en stapt naar de rechter. Tegenover de rechter zet zij uiteen, waarom zij vindt dat zij wèl ondernemer is.

Zelfstandigheid

Zij vindt dat ze voldoende zelfstandig is om als ondernemer aangemerkt te worden, omdat:

  • zij niet verplicht is opdrachten van de instellingen te aanvaarden;
  • zij bij ziekte of verlof, zelf haar vervang(st)er moet zoeken;
  • zij is niet gehouden een bepaald aantal vaste uren te werken;
  • zij stelt samen met anderen (artsen, familie en andere verpleegkundigen) het verzorgingsplan op en voert deze uit;
  • zij de werkzaamheden bij de zorgvrager naar eigen inzicht en zonder toezicht uitvoert.

Het Hof volgt de verpleegkundige en vindt eveneens dat zij voldoende zelfstandigheid ten opzichte van de bemiddelingsbureaus heeft.

Ondernemersrisico

Ten aanzien van het ondernemersrisico voert zij aan dat wel degelijk risico loopt, omdat:

  • de bemiddelingsbureaus geen opdrachten voor haar kunnen hebben;
  • de opdrachten kunnen wegvallen als gevolg van overlijden, opname in ziekenhuis of anderszins;
  • zij geen inkomsten ontvangt bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of verlof;
  • zij bovendien aansprakelijk gesteld kan worden door de instellingen bij door haar gemaakte (grove) fouten.

Het Hof volgt de verpleegkundige ook op dit punt en stelt de belastingdienst in het ongelijk.

Kamervragen

Naar aanleiding van bovenstaande uitspraak van het Hof zijn er Kamervragen gesteld. In een reactie daarop geeft de staatssecretaris aan dat hij de uitspraak van het Hof beschouwd als een uitspraak op zich. In zijn visie geldt bovenstaande uitspraak niet voor alle verpleegkundigen die via zorgbemiddelingsbureaus zorg (in natura) verlenen. Hij houdt vast aan zijn strijdplan.

Tot slot

Deze uitspraak van het Hof laat goed zien welke punten van belang zijn bij de beoordeling van zelfstandigheid en ondernemersrisico. En dus of je als ondernemer wordt aangemerkt voor inkomstenbelasting. Mede dankzij een goede documentatie/administratie kon zij aantonen dat ze ondernemer was. Mijn advies: leg de dingen (schriftelijk) vast en bewaar dit goed.

De uitspraak van de Hoge Raad is te vinden op: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2014:7283&keyword=1400206

De Kamervragen zijn te vinden op: http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/11/04/antwoorden-op-kamervragen-over-een-uitspraak-van-het-gerechtshof-arnhem-leeuwarden-over-een-in-de-thuiszorg-werkzame-verpleegkundige.html