Inleiding

Op 3 februari 2015 deed de Hof Arnhem-Leeuwarden een opmerkelijke uitspraak in een geschil tussen de belastingdienst en een ‘zwartspaarder’: de (navorderings)aanslagen van de ‘zwartspaarder’worden vernietigd. Voornamelijk omdat de belastingdienst de naam van de tipgever niet wenst prijs te geven. Hieronder een uiteenzetting van de zaak.

Tip

In januari 2009 heeft een tipgever zich gemeld bij de FIOD-ECD, de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst van de belastingdienst..

De tipgever stelde tegenover de FIOD-ECD over informatie te beschikken over Nederlandse belastingplichtigen die rekeningen aanhielden bij drie buitenlandse banken.

De belastingdienst en de tipgever sluiten een overeenkomst, waarin onder andere is afgesproken:

  • de tipgever ontvangt een gedeelte van de dankzij zijn informatie alsnog geïnde inkomstenbelasting en heffingsrente; en
  • de identiteit van de tipgever blijft geheim.

Aan de hand van de tipgevers informatie worden (navorderings)aanslagen opgelegd bij belastingplichtige.

Bezwaar

Belastingplichtige heeft bezwaar gemaakt tegen (navorderings)aanslagen). In zijn bezwaar stelde hij:

  • op de belastingdienst rust de stel- en bewijslast ten aanzien van de belastingheffing; en
  • de belastingdienst heeft geen overtuigend bewijs kunnen overleggen waarop zij de belastingheffing baseerde;

Belastingplichtige bestrijdt daarom de juistheid van de aanslagen. De Belastingdienst houdt voet bij stuk, waarop de belastingplichtige naar de rechter stapt.

Rechter

De rechter beslist dat de belastingdienst alle met betrekking tot de zaak van belastingplichtige relevante stukken ter beschikking moet stellen, dat houdt onder andere in bovengemelde overeenkomst met/en de naam van de tipgever.

De inspecteur weigert. De zaak komt voor het Gerechtshof. Tijdens het proces krijgt de belastingdienst de gelegenheid om dit rechterlijk bevel na te komen. De belastingdienst blijft weigeren.

Het Hof is van mening dat belastingplichtige hierdoor in zijn procesbelang is geschaad en vernietigt daarom alle opgelegde (navorderings)aanslagen. Tevens betrekt het Hof bij zijn oordeel het volgende:

 

  • De belastingplichtige heeft niet de gelegenheid gehad om de betrouwbaarheid van de gegevens na te gaan. Hiervan mag volgens het Hof niet zonder meer worden uitgegaan, ook al zou de andere informatie van e tipgever wel correct zijn.

 

  • Het Hof vindt betaling van tipgevers door de belastingdienst in beginsel toegestaan, tenzij dit zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht. Als daar sprake van is, dan leidt dat tot bewijsuitsluiting van tipgevers informatie. Omdat de belastingdienst de naam van de tipgever niet heeft prijsgegeven, is belastingplichtige niet in de mogelijkheid geweest om hierop een verweer te bouwen.

 

  • Een gedeelte van de navorderingsaanslagen zou buiten de normale navorderingstermijn van vijf jaar zijn opgelegd. Het is daarom van belang om te weten wanneer de tipgever de informatie bij de belastingdienst heeft overhandigd. De tipgever zou dit kunnen aangeven, echter die wordt door de belastingdienst geheim gehouden.

 

  • Tot slot is het Hof van oordeel dat de belastingdienst de rechtsorde ernstig heeft geschonden door geen gevolg te geven aan een rechtelijk bevel.

Tot slot

De betrokken belastingambtenaren waren opgeroepen als getuige. Zij beriepen zich op hun geheimhoudingsplicht, die tevens een verschoningsrecht met zich zou meebrengen. Het Hof heeft hen er op gewezen dat zij geen verschoningsrecht hebben en dat zij verplicht zijn op de vragen te antwoorden. Desondanks wilden zij de naam van de tipgever niet prijsgeven. Daarop is aangifte gedaan tegen de belastingambtenaren. Tegen hen loopt nu een strafrechtelijke procedure.

Het gaat het hof bij deze aangifte niet om de inhoud van het geschil, maar om het gegeven dat de getuigen door het ministerie van Financiën vermoedelijk zijn geïnstrueerd om voor de rechter te zwijgen. Het Wetboek van Strafvordering heeft het doel ons als samenleving te beschermen tegen dit soort gedragingen van de overheid.

Kortom dit verhaal krijgt nog een staartje.