Inleiding

Op 17 augustus 2015 is de Europese Erfrechtverordening in werking getreden. Het doel van deze verordening is om de grensoverschrijdende gevolgen van erfopvolging in de Europese Unie te vereenvoudigen. De verordening heeft geen werking in Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk, deze staten hebben namelijk besloten de verordening niet aan te nemen.  Voor de eenvoud spreek ik hierna van de EU, waarmee ik EU uitgezonderd hiervoor gemelde landen bedoel.

Uitgangspunt van de verordening is de gedachte dat de instantie van het land dat de erfopvolging behandelt, zoveel mogelijk haar eigen recht daarover kan toepassen. De overgang in de EU gelegen nalatenschapsgoederen, zowel roerende als onroerende, worden zoveel mogelijk volgens het zelfde recht beheerst.

De verordening kent drie hoofdregels:

Hoofdregel 1: erfrecht laatste woonland erflater is van toepassing

Het erfrecht van het land waar de overledene EU-onderdaan zijn gewone verblijfplaats had, is van toepassing op de gehele erfopvolging.

Uitzondering: recht van het land met nauwste band van toepassing

Van dit beginsel kan worden afgeweken als uit alle omstandigheden van het geval blijkt dat de erflater op het tijdstip van overlijden een nauwere band heeft met een andere staat dan het woonland. In dat geval is het recht van de staat met de nauwere band van toepassing op de erfopvolging. Dit kan slechts bij wijze van uitzondering.

Hoofdregel 2: rechtskeuze voor land nationaliteit

Het is mogelijk van de onder 1 vermelde hoofdregel af te wijken door in een testament een rechtskeuze te maken. De keuzemogelijkheid is beperkt tot het recht van het land van de nationaliteit van de testateur op het moment van de rechtskeuze of op het moment van zijn overlijden. Als een testateur verschillende nationaliteiten bezit kan hij kiezen tussen de verschillende rechtsstelsels.

Voor personen die in Nederland wonen met een niet-Nederlandse nationaliteit is de rechtskeuze dus beperkt tot hun nationaliteit. Als zij willen dat het Nederlands recht op hun nalatenschap van toepassing is, is het wellicht verstandig om geen rechtskeuze te maken.

Hoofdregel 3: Europese erfrechtverklaring

In de verordening is een Europese erfrechtverklaring ingesteld. Met deze verklaring kunnen erfgenamen, legatarissen, executeurs of beheerders van een nalatenschap in een andere lidstaat aantonen wat hun rechten en/of bevoegdheden zijn ten aanzien van nalatenschapsgoederen.

Betalingen/overdrachten aan in Europese erfrechtverklaring genoemde personen zijn geldig

Dat betekent enerzijds dat iedereen die betalingen verricht en/of goederen overdraagt aan iemand die volgens de Europese erfrechtverklaring daartoe bevoegd is, dit verschuldigd voldoet. Dat wil zeggen de betaler/overdrager handelt te goeder trouw als hij op basis van de verklaring betaalt/een goed levert.

Betalingen/overdrachten door in Europese erfrechtverklaring genoemde personen zijn geldig

Anderzijds houdt het in de persoon die in de erfrechtverklaring wordt genoemd als bevoegd om over goederen uit de nalatenschap te beschikken, deze goederen overdraagt, dan mag de ontvanger er van uitgaan dat de overdracht rechtsgeldig is.

De persoon die op basis van de erfrechtverklaring betalingen verricht/ontvangt c.q. goederen ontvangt/overdraagt mag niet van de rechtsgeldigheid van de rechtshandeling uitgaan als hij weet of door grove nalatigheid niet weet, dat de erfrechtverklaring niet juist is.

Fiscaal

Uitdrukkelijk meldt de verordening dat zij niet ziet op fiscale zaken. Zij laat het aan de lidstaten over om te bepalen over hoe bijvoorbeeld belastingen en andere geldelijke verplichtingen van publiekrechtelijke aard worden berekend en voldaan, of het nu gaat aan belastingen die de erflater op het moment van overlijden verschuldigd is, dan wel enige belastingen in verband met de erfopvolging die door de nalatenschap of begunstigden verschuldigd zijn.

Daarbij kan een lidstaat bepalen of het vrijgeven van goederen van de nalatenschap aan rechthebbende onder deze verordening of de inschrijving van goederen van de nalatenschap in een register onderworpen worden aan belastingheffing.

Conclusie

Hoewel de Europese erfrechtverordening zeker een stap voorwaarts is, bestaan er fiscale gevaren.In Europa verschilt het familievermogensrecht en erfbelasting van elkaar. De volgende twee voorbeelden ter verduidelijking. In Nederland schakelen  we voor de erfbelasting stiefkinderen gelijk als eigen kinderen. In Frankrijk valt het stiefkind in het “vreemden”-tarief, lees hoge belastingtarief. Niet in alle EU-landen worden personen met een samenlevingsovereenkomst voor de erfbelasting op eenzelfde wijze behandelt als echtgenoten, zoals in Nederland dat wel het geval is, en voor hen kan dus hoge belastingtarief van toepassing zijn. Het is dus van belang bij het opstellen van een erfopvolgings- en nalatenschapsplan hiermee rekening te houden en je goed te (laten) informeren.

Zie Verordening (EU) Nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012,

http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2012:201:0107:0134:NL:PDF)