Inleiding

Over het algemeen is iedereen met een auto van de zaak zich er van bewust dat als je meer dan 500 kilometer in privé rijdt, je een inkomensbijtelling kan verwachten waarover je belasting moet betalen.

Om de bijtelling te voorkomen moet je kunnen aantonen dat je minder dan 500 kilometer in privé met de auto hebt gereden. Dat doe je door een sluitende rittenregistratie te bij te houden.

De belastingdienst is hier streng in de beoordeling van de rittenregistratie en ze heeft een uitgebreid controlemechanisme. De belastingdienst kan gegevens opvragen bij bijvoorbeeld:

  • politie (denk aan “geflitste” snelheidsovertredingen);
  • Rijkswaterstaat (signaleringen van de snelwegcamera’s; en
  • gemeenten (parkeergegevens).

Een juwelier in uurwerken die meer dan 500 kilometer in privé had gereden met de (personen)auto van de zaak, probeerde op de volgende manieren de inkomensbijtelling ongedaan te maken.

Poging 1: < 500km in privé gereden, desondanks bijtelling onterecht in verband met verzekering

Onlangs is een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam gepubliceerd waarin de juwelier betoogde, dat hoewel hij meer van 500 kilometer in privé had gereden de inkomensbijtelling onterecht is, omdat hij op grond van zijn zakelijke verzekering verplicht is die auto te gebruiken. Ook in privé.

Uitspraak Gerechtshof

Het gerechtshof ging hierin niet in mee. De omstandigheid dat zakelijke belangen een rol hebben gespeeld – de keuze die hij heeft gemaakt de uurwerkcollectie in de auto te bewaren met alle gevolgen van dien – ontneemt immers niet het karakter aan de ritten op zichzelf voor privédoeleinden worden gemaakt. De inkomensbijtelling en de daaruit vloeiende afdracht van loonbelasting zijn terecht, aldus het Hof.

Poging 2: personenauto = bestelauto

De juwelier gooit het over een andere boeg.

De inkomensbijtellingregeling geldt niet voor de bestelauto:

  1. die naar aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen;
  2. die buiten werktijd niet gebruikt kan worden; of
  3. waarvoor een verbod op privégebruik geldt.

Uitspraak Gerechtshof

De juwelier stelt dat de personenauto vanwege de bijzondere omstandigheden in fiscale zin aangemerkt moeten worden als een bestelauto als hiervoor onder 1 beschreven, zodat de inkomensbijtellingregeling niet geldt. Ook hierin gaat het Hof niet mee. Voor de beoordeling of een bestelauto naar aard en inrichting uitsluiten of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen is de inrichting van een auto bepalend. Het gebruik van de auto telt niet mee in die beoordeling. De conclusie van het Hof is dat afdracht van loonbelasting terecht is.

Tot slot

Hieruit blijkt dat de juwelier twee opties had om bijtelling tegen te gaan.

  1. rijden in een bestelauto waarvoor de bijtelling niet geldt (zie hiervoor de punten 1 t/m 3);
  2. privéritten maken in zijn privéauto en de zakenauto laten staan.

Nu ging het hier in casu om ongeveer € 600 meer te betalen belasting. Echter het kan vervelender aflopen. Laat je daarom vooraf goed informeren. Want met achteraf rechtbreien bereik je geen succes. Daar kan de juwelier over meepraten.

1) De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam kan je vinden op http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3160